Ik heb de afgelopen tijd veel geschreven en nagedacht over thuisonderwijs. En er veel over bijgeleerd. Toch gaat Leon sinds 1 maart 'gewoon' naar school. En het gaat eigenlijk best goed. Het vroege opstaan is soms even doorzetten, het huiswerk maken niet altijd leuk (of zinvol) en de juf is een beetje streng, maar Leon lijkt het naar zijn zin te hebben.
Desondanks slaat soms de twijfel nog toe. Leert hij wel genoeg? Werkt hij niet onder zijn niveau? Is het wel goed voor zo'n kind, al die uren binnen zitten werken? En dan ook nog dat huiswerk! En komt zijn eigenheid en creativiteit wel voldoende uit de verf? En meer van dat soort vragen.
Dan is het niet zo moeilijk de voordelen te zien die thuisonderwijs kan bieden. Onderwijs op maat, veel persoonlijke aandacht, tijd voor het volgen van de interesses van het kind zelf, meer tijd om te spelen, etc. Het is ook wel duidelijk dat kinderen die thuisonderwijs krijgen makkelijk hetzelfde niveau halen als kinderen die naar school gaan. Daar zit het probleem niet. Maar dan komt de grote vraag: hoe zit het met de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen die niet naar school gaan? Een kind moet toch vriendjes hebben en een leven buitenshuis? Anders mist het toch veel te veel? Je kan je kind toch niet zomaar van school halen?
Ik wil hier graag een paar gedachten en ideeën delen die ik over deze vragen heb. Ik ben geen onderwijskundige of psycholoog, maar ik lees wel eens wat en ik ken mijn kinderen. En mocht je het toch baarlijke nonsens vinden wat ik hier verkondig, dan hoor ik het graag
.
Goed, de sociaal-emotionele ontwikkeling dus. Komt dat wel goed als een kind niet naar school gaat? Ik denk dat de invloed van school op de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen vaak overdreven wordt. Kinderen maken tijdens de basisschoolperiode een grote ontwikkeling door. Alle kinderen, of ze nu naar school gaan of niet. Allerlei factoren zijn van invloed op die ontwikkeling. En aangezien kinderen van die leeftijd een deel van de dag op school doorbrengen, heeft ook school invloed op hun ontwikkeling. Maar hoe groot is de invloed van school en hoe groot die van thuis? Daar kom je alleen achter als je een groep kinderen die wel naar school gaat vergelijkt met kinderen die niet naar school gaan. Die laatsten zijn er in Nederland niet zoveel, maar in Amerika wel. Uit onderzoek daar is gebleken dat kinderen die thuisonderwijs krijgen het op alle vlakken goed doen, soms beter dan kinderen die naar school gaan. Ook met hun sociaal-emotionele ontwikkeling is niets mis. Dus blijkbaar is het naar school gaan niet noodzakelijk voor een goede sociaal-emotionele ontwikkeling.
En waar hebben we het eigenlijk over? Sociaal-emotioneel, dat klinkt al net zo cryptisch als sociaal-economisch. Maar zo moeilijk is het niet. De sociale ontwikkeling, of socialisatie, is het jezelf aanpassen aan de sociale normen van de gemeenschap (aldus Paula Kuitenbrouwer). Anders gezegd, leren je sociaal te gedragen. En dat leren kinderen niet zozeer van vriendjes of leeftijdsgenoten, maar van volwassenen die ze het goede voorbeeld geven en ze in het geval van een probleem of conflict laten zien hoe ze daarmee om moeten gaan. Dat doen in de eerste plaats de ouders en op school is dat de rol van de juf of meester. Er zijn op school wel veel 'leermomenten', conflictsituaties waarbij de juf of meester moet ingrijpen. Maar die zien ook niet alles wat er gebeurt. Bovendien zijn die situaties er thuis ook vaak genoeg, tussen broertjes en zusjes, ouders en kinderen, kinderen en buurkinderen. Dan is het daarbij nog de vraag wélke sociale normen je je kinderen wil meegeven, binnen wélke gemeenschap. Komen de sociale normen binnen het gezin wel overeen met die op school? Wat wil je dat je kind doet als het geplaagd of geslagen word? Draagt de juf of meester in dat geval dezelfde normen uit als die in het gezin?
De emotionele ontwikkeling van kinderen is een proces van psychologische rijping. Als een kind wordt voorzien in zijn basisbehoeften (liefde, aandacht, veilige hechting), zal deze emotionele ontwikkeling goed en normaal verlopen. De emotionele ontwikkeling hangt in zoverre samen met de sociale ontwikkeling dat een kind er emotioneel wel aan toe moet zijn om bepaald sociaal gedrag te vertonen. Peuters reageren nog erg impulsief en 'emotioneel' en hebben grote moeite met het delen van hun speelgoed. Naarmate kinderen emotioneel rijper worden zullen ze beter in staat zijn het 'gewenste' sociale gedrag te vertonen.
De psycholoog Gordon Neufeld heeft zeer interessante ideeën over de emotionele ontwikkeling van kinderen, in zijn boek 'Hold On to Your Kids'. Met emotionele rijping komt ook meer zelfstandigheid mee. Maar die zelfstandigheid bevorder je niet door je kind zo vroeg en zo veel mogelijk zelfstandig dingen te laten doen, of je kind niet teveel bij je te houden. Die zelfstandigheid bevorder je door gunstige omstandigheden voor emotionele rijping te creeëren. En die emotionele rijping verloopt het beste als het kind zich in een situatie van veilige hechting bevindt. Dus bij en met een persoon die hij helemaal vertrouwt, aan wie hij gehecht is. Dat zijn in de eerste plaats de ouders, maar het kan ook een oppas zijn, een crècheleidster, een juf of een meester. Aan hen moet het kind zich hechten om zich goed te kunnen ontwikkelen. Dus niet zozeer aan leeftijdsgenoten of vriendjes. Teveel hechting aan leeftijdsgenoten is zelfs ongunstig voor de emotionele rijping van het kind. Want de liefde van ouders of andere vertrouwde volwassenen is onvoorwaardelijk en ziet het belang van het kind, maar die van vriendjes niet. In elk geval nog niet op die leeftijd. Kinderen kunnen elkaar niet grootbrengen, volwassenen brengen kinderen groot.
Als het over school gaat is de rol van de leerkracht in de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind m.i. dus belangrijker dan de rol van zijn klasgenootjes. En die rol kan ook geheel vervuld worden door de ouders. Waarmee ik niet wil zeggen dat een kind in totale isolatie zou moeten opgroeien, contact met anderen heeft zeker een rol in de ontwikkeling van het kind. Maar dat hoeven niet elke dag 25 leeftijdsgenootjes te zijn. Dat kunnen oudere of jongere buurkinderen zijn, een vriendje die een middag komt spelen, een groepje kinderen die samen muziekles hebben, een vriendelijke oude buurvrouw, een oom of tante, een opa of oma, de kinderen van de zondagssschool, noem maar op. Zo leert een kind juist omgaan met allerlei verschillende mensen, jong of oud.
Wat mij betreft is het argument dat school zo belangrijk is voor de sociaal-emotionele ontwikkeling dus niet overtuigend en ook niet voldoende om juist daarom mijn kinderen naar school te laten gaan.
Verder lezen:
'Weinig vriendjes goed voor kind' - Paula Kuitenbrouwer
'Hold On to Your Kids. Why parents need to matter more than peers' - Gordon Neufeld en Gabor Maté